Incidenten bestrijden met drones: ogen in de lucht, zekerheid op de grond
Robert Wolters (26) en Raymond Keulers (34) groeiden allebei op met de brandweer. Als kind gingen ze al mee naar de kazerne. Dan waren ze onder de indruk van de enorme brandweerwagens en dat stoere ‘brandweermangevoel’. Nu, jaren later, werken ze allebei in de hulpverlening. Robert bij de bedrijfsbrandweer op Chemelot. Raymond bij Veiligheidsregio Zuid-Limburg.
Robert en Raymond begonnen allebei als vrijwilliger bij de brandweer. Later kregen ze een vaste functie. Robert werkt nu 6 jaar bij de bedrijfsbrandweer op Chemelot (Ebert Hera). Hij is teamleider van het Team Digitale Verkenning. Raymond werkt al 15 jaar bij de brandweer van de Veiligheidsregio. Sinds twee jaar is hij officier van dienst (OvD). Ook al hebben ze verschillende taken, hun missie is dezelfde: incidenten zo veilig en snel mogelijk onder controle krijgen. Daarbij gebruiken ze steeds vaker een drone. Samen vertellen ze hoe die samenwerking werkt, hoe drones helpen bij het nemen van beslissingen en waarom goede communicatie van levensbelang is.
Risico’s beperken
Een brand. Een explosie. Gevaarlijke stoffen. Is het wel veilig om naar binnen te gaan? Op zo’n moment wil Raymond, officier van dienst, maar één ding: eerst weten wat er aan de hand is en dán pas mensen naar binnen sturen. “We willen het risico zo klein mogelijk houden,” zegt hij. “Als we eerst een drone naar binnen kunnen sturen, doen we dat altijd. Het is jammer als er iets met de drone gebeurt, maar zo brengen we in ieder geval geen mensen onnodig in gevaar.” Aan de andere kant van die drone staat Robert Wolters, incidentbestrijder. Samen laten zij zien hoe goed Chemelot en de Veiligheidsregio Zuid-Limburg samenwerken.
Samen sterker
“De samenwerking groeit stap voor stap,” vertelt Robert. “Naast onze kennis van gaspakken gebruiken we ook speciale voertuigen bij grote branden buiten het terrein. Daarna kwamen de drones erbij, en pasgeleden ook speciale meetapparatuur. We werken steeds meer samen.” Raymond vult aan: “Als er iets gebeurt op het terrein van Chemelot, is de Veiligheidsregio officieel verantwoordelijk. Maar bij Chemelot zitten de specialisten. Zij kennen de processen, installaties en risico’s van binnen en buiten. Het zou zonde en niet handig zijn als wij al die kennis zelf ook moesten leren. Daarom leunen we bewust op elkaar.”
Team Digitale Verkenning
Vaak spreken mensen over ‘het droneteam van Chemelot’, maar het team doet meer dan dat. “Officieel heten we Team Digitale Verkenning,” legt Robert uit. “Wij horen bij het landelijk netwerk van droneteams. We helpen niet alleen Chemelot of Zuid-Limburg, maar kunnen ook in andere regio’s worden ingezet.” Het team heeft een drone voor buiten en een drone voor binnen. Bij een inzet werken meestal 3 of 4 mensen samen: een piloot, een sensorbediener, een waarnemer en een teamleider. “De camera’s zijn zo geavanceerd dat één persoon niet alles tegelijk kan doen,” zegt Robert. “De piloot bestuurt de drone. De sensorbediener bedient de camera’s en de waarnemer let op de veiligheid, de omgeving en de lucht.”
Helikopterview
Drones worden gebruikt bij verschillende incidenten: grote branden, wateroverlast, vermissingen, personen te water en gevaarlijke stoffen. “Bij een incident wil je zo snel mogelijk weten hoe groot het incident is,” zegt Raymond. “Staan een grote loods in brand, dan is het niet altijd veilig om naar binnen te gaan. Met een drone krijg je snel een overzicht van de situatie. Oftewel: een ‘helikopterview’. Je ziet waar de vlammen zitten, hoe de rook zich verspreidt en waar je brandweerlieden veilig kunt inzetten.” Soms maakt een drone écht het verschil tussen mensen wel of niet naar binnen sturen. Bijvoorbeeld bij een explosie achter een tankstation. “We zagen dat het gebouw beschadigd was en binnen veel kapot was,” herinnert Raymond zich. “Maar we wisten niet wat er precies was gebeurd en wat er nog binnen lag. Misschien een drugslab, misschien gevaarlijke stoffen. Dan is het niet veilig om meteen mensen naar binnen te sturen.” Het droneteam kwam met de oplossing: een binnen-drone. “Daarmee konden we binnen rondkijken zonder iemand in gevaar te brengen. In een paar minuten hadden we een duidelijk beeld van de situatie.”
Extra ogen én extra sensoren
Drones geven niet alleen beeld, maar ook informatie. “Op de buitendrone kunnen we bijvoorbeeld een gasmeter plaatsen,” legt Robert uit. “Daarmee meten we welke stoffen in de lucht of rook zitten. Bij incidenten met gevaarlijke stoffen gebruiken we die informatie samen met meetploegen op de grond. Zo bouw je samen het complete plaatje op.” Met speciale camera’s kan het team zelfs 3D-scans maken van een afgebrand gebouw. “Dan krijg je een beeld dat lijkt op Google Maps. Dat is handig voor onderzoek naar de brand achteraf.” Binnen in een gebouw werkt het anders. De binnen-drone vliegt door gangen en kamers en maakt tegelijkertijd automatisch een soort plattegrond. “We zien live waar de drone vliegt, hoeveel deuren er in een gang zitten en waar die naartoe gaan. Die informatie geven we aan een ploeg die daarna naar binnen moet.”
Samenwerken onder druk
Hoe ziet die samenwerking eruit op het heetst van de strijd? “Bij een groot incident komt snel een heel netwerk in actie,” legt Raymond uit. “De Officier van Dienst geeft opdrachten aan de brandweereenheden. De Adviseur Gevaarlijke Stoffen geeft opdrachten aan de meetploegen en heeft contact met het droneteam. In de meldkamer of de Mobiele Commando Unit (de ‘COPI-bak’) komen alle beelden en meetgegevens samen. Dat helpt ons om de juiste keuzes te maken.” Communicatie en vertrouwen zijn hierbij ontzettend belangrijk. “Ik wil van de Officier van Dienst vooral weten wat ze precies nodig hebben,” zegt Robert. “Met mijn team zorg ik ervoor dat we dat beeld krijgen. We zijn zo opgeleid dat we ook zelfsturend kunnen handelen. Zeker bij een vermissing of een persoon te water. Dan sturen we meteen de drone om tijd te winnen. Daarna stemmen we verder af.”
Altijd ‘aan’ staan
Achter deze mooie samenwerking gaat veel voorbereiding schuil. “Als Team Digitale Verkenning hebben we ieder jaar vaste oefenmomenten,” vertelt Robert. “Daarnaast doen we extra oefeningen, soms ook samen met de Veiligheidsregio.” De opleiding is pittig. Voor de buiten-drone moeten piloten een volledige luchtvaartopleiding volgen en leren communiceren met de luchtverkeerstoren. Daarnaast zijn er interne opleidingen om de sensoren te bedienen en de rol van teamleider te leren. “Daar ben je zo een half jaar mee bezig,” zegt Robert. “En dit werk doen we naast onze reguliere diensten. We hebben 16 mensen in het team, maar we worden opgeroepen via een pieper. Dat betekent dat je vaak ineens van huis weg moet. Dat vraagt ook iets van je gezin.” Ook Raymond staat altijd aan. “Als je piketdienst hebt, sta je 24 uur per dag, 7 dagen per week klaar. Je weet dat de telefoon ieder moment kan gaan. Dat kun je alleen volhouden als je écht van dit werk houdt. Het is een passie.”
De omgeving informeren
Ze vinden het allebei belangrijk dat omwonenden weten hoe goed er wordt samengewerkt. “Veel mensen weten niet dat Chemelot een heel gespecialiseerde brandweerorganisatie heeft,” zegt Raymond. “Met kennis en materiaal waarop wij als Veiligheidsregio vertrouwen. Dat is enorm waardevol voor ons.” Robert vult aan: “In het nieuws wordt vaak gezegd dat de Veiligheidsregio een incident had en Chemelot kwam helpen. In de praktijk zijn we steeds meer één team. Een netwerk van hulporganisaties dat samenwerkt aan veiligheid in Zuid-Limburg.”
Passie voor hulpverlening
“Voor mij is het mooiste aan dit werk dat je ergens binnenkomt waar het chaos is. En dat je die situatie stap voor stap weer normaal kunt maken,” zegt Raymond. “Daar haal ik echt voldoening uit.” Robert vult aan: “Bij de Veiligheidsregio gaat het meestal om mensen in direct gevaar. Bij Chemelot proberen we te voorkomen dat een situatie erger wordt. In beide gevallen kun je echt iets voor anderen betekenen: we zorgen dat mensen veilig blijven.” Robert en Raymond zien zichzelf als onderdeel van een groter geheel. “Wij rijden met een auto waar ‘Chemelot’ op staat,” zegt Robert. “De Veiligheidsregio met hun voertuigen. Maar uiteindelijk hebben we hetzelfde doel. We zijn allemaal brandweer.”